29.01.2007

Illegale dierenhandel

Categorie: Handel, Dieren algemeen, Nederland, Nummer 9, Achtergrond
Door: Susanne de Jong

Naar aanleiding van krantenberichten en rapporten zijn er al veel Kamervragen gesteld over de illegale handel in dieren. Wat verstaat men eigenlijk onder ‘illegale handel’ en wat wordt er tegen ondernomen?

Inleiding

Vond de illegale dierenhandel vroeger plaats op beurzen en vanuit kofferbakken van auto’s, tegenwoordig gebruiken dierenhandelaren vooral het internet om hun “producten” af te zetten. Alles wat men zich maar kan indenken wordt op het internet aangeboden: van kittens en puppies tot gifslangen, poolvossen en illegale jachttrofeeën. Het aantal advertenties van aangeboden dieren is immens. In de handel in bedreigde dieren en dierproducten gaat veel geld om. In 1995 is de illegale handel in planten en dieren door Interpol geschat op maar liefst twintig miljard dollar. Voor dit geld worden bedreigde diersoorten uit hun leefomgeving geroofd, vervolgens onder zeer erbarmelijke omstandigheden naar andere landen gesmokkeld om uiteindelijk aan ‘liefhebbers’ verkocht te worden. Het transport is zo wreed dat een smokkelaar twintig vogels vangt om er twee levende aan over te houden. De illegale dierenhandel heeft al veel aandacht gekregen via rapporten en media en dat heeft weer geleid tot Kamervragen. In diverse krantenartikelen werd bijvoorbeeld gesteld dat Nederland een distributieland is voor de handel in bedreigde diersoorten en bovendien dat Nederlanders de spil in deze handel vormen. Dit artikel beschrijft een oriënterend onderzoek naar de aard en de omvang van de illegale dierenhandel in Nederland en de recente ontwikkelingen op dit gebied.

Omvang van de handel

In 1992 bleek uit een uitgelekt vertrouwelijk rapport over de illegale handel in zeldzame dieren en planten van de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI), dat er banden bestaan tussen enerzijds de illegale dierenhandel en anderzijds de drugshandel en andere vormen van zware criminaliteit.[1] Dit verband blijkt wel heel duidelijk uit een zaak waarbij cocaïnebolletjes in levende gifslangen werden aangetroffen. Volgens dit CRI-rapport vormt Nederland een belangrijk land in de internationale illegale dieren- en plantensmokkel. Nederlandse handelaren zijn grote afnemers, zowel voor de verkoop in eigen land als voor de doorvoer. Schiphol, Rotterdam en Amsterdam zouden tot de belangrijkste Europese aanvoerhavens behoren. In het rapport is de CRI zeer kritisch over het opsporingsapparaat in Nederland. Het apparaat is volgens het CRI onderbemand en de verschillende diensten werken te veel langs elkaar heen. Bovendien vindt er in Nederland 'slechts zeer incidenteel' opsporing plaats naar georganiseerde vormen van illegale dieren- en plantenhandel en naar de relaties met andere vormen van zware criminaliteit.[2]

Dit CRI-rapport lekte uit in 1992, maar het is nu 2007. Wat is er nu bekend over de illegale handel in dieren? Zoals gezegd speelt het internet momenteel een grote rol in het verhandelen van dieren en dierproducten. Door twee studenten van de Hogeschool Van Hall Larenstein is recent onderzoek gedaan naar de handel in en het aanbod van gezelschapsdieren via internet. Gedurende twee weken onderzochten zij twaalf belangrijke advertentiewebsites (o.a. Marktplaats). Uit hun rapport Dieren geDownload blijkt dat er in de veertien onderzochte dagen 26.904 nieuwe advertenties werden geplaatst waarin levende dieren werden aangeboden. Totaal werden in de getelde advertenties 893 (onder)soorten/diergroepen aangeboden. Een aantal van de gevonden (onder)soorten/diergroepen is terug te vinden op één van de CITES bijlagen, in de Flora- en faunawet of op een Nederlandse Rode Lijst.[3] Dieren die op de Rode Lijst staan mogen niet zonder de vereiste vergunningen verkocht worden. Plaatsing op de Rode lijst betekent niet automatisch dat een soort beschermd is. Daarvoor moet de soort zijn opgenomen in de Flora- en faunawet die op 1 april 2002 in werking is getreden. Hierdoor konden de onderzoekers moeilijk vaststellen of er sprake was van illegale handel. Uit het onderzoek bleek verder dat het overgrote merendeel van de aanbieders uit particulieren bestaat, waaronder veel hobbyfokkers.

Een ander recent verschenen rapport is het rapport ‘Gevangen in het net’ over de handel in wilde dieren op Nederlandstalige websites van het International Fund for Animal Welfare (IFAW). Een maand lang werd onderzoek gedaan naar de omvang van de particuliere en zakelijke illegale en legale handel in wilde dieren op Nederlandstalige websites. Op maar liefst 150 websites werden met uitsterven bedreigde zoogdieren, land- en zeeschildpadden, beschermde vogels, reptielen en amfibieën verkocht. Dit waren niet alleen advertentiewebsites. Volgens dit rapport vindt de professionele handel vooral plaats via mailinglijsten en beveiligde websites, dit in tegenstelling tot de veilingsites waar in meer gevallen onwetende particulieren werkzaam zijn. Het IFAW ontdekte bovendien dat er op verzamelbeurzen veel ivoor, beschermde opgezette vogels en zeeschildpadproducten verkocht worden.

Maar niet alleen de handel in bedreigde dierensoorten vormt een probleem. Naast de illegale handel bestaat er ook zogenaamde malafide handel. Hiermee bedoelt men meestal de handel in dieren die wel volgens de wet plaatsvindt, maar waarbij met het welzijn van de dieren totaal geen rekening wordt gehouden.

Hoe wordt de illegale handel aangepakt?

Wat bepaalt de wet?

In 1975 heeft een aantal landen afspraken gemaakt om toezicht te houden op de handel in bedreigde dier- en plantensoorten. Deze afspraken staan bekend onder de naam CITES, een afkorting voor Convention on International Trade in Endangered Species of wild fauna and flora (in het Nederlands: Overeenkomst inzake internationale handel van in het wild levende bedreigde dier- en plantensoorten). Om de twee jaar komen de partijstaten van de CITES bijeen om de status van de planten en dieren te bespreken en de regels bij te stellen. Op basis van zulke afspraken heeft Nederland in 1977 de Wet bedreigde uitheemse diersoorten (Bud) vastgesteld. In 1994 sloten de AID, de douane, de politie en het OM een samenwerkingsconvenant om de handel in bedreigde dier- en plantensoorten effectiever te kunnen bestrijden. In 1995 is daarop de Wet Bud vervangen door de Wet bedreigde uitheemse dier- en plantensoorten (Budep), waarmee Nederland voor het eerst dierensmokkel opwaardeerde van een kantongerechtsovertreding tot een zwaar te straffen misdrijf. Sinds de invoering van de Wet Budep is ook het verhandelen van bedreigde plantensoorten strafbaar gesteld. Een ander belangrijk verschil met de oude wet is dat ook de bezitters van uitheemse dieren of planten nu moeten kunnen aantonen dat zij deze legaal in handen gekregen hebben (omdraaiing van de bewijslast). De Wet Budep is later met andere wetten en regelingen (die ook planten- en diersoorten beschermden) opgenomen in de Flora- en faunawet (Ffw).

Het is momenteel toegestaan om een groot aantal verschillende diersoorten te houden, zoals gifslangen en wasberen. Deze diersoorten vallen niet onder de bedreigde diersoorten en bovendien is artikel 33 van de Gwwd nog niet in werking getreden. Lid 1 van dit artikel luidt:

Het is verboden dieren te houden, tenzij deze behoren tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen soorten of categorieën van dieren.

Door de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) is recent een positieflijst opgesteld om dit verbod nader in te vullen.[4] Deze lijst vormt een advies aan de Minister van LNV en bevat diersoorten die wel gehouden mogen worden in Nederland. Deze lijst is echter nog niet gepubliceerd. Voor uitheemse diersoorten die niet bedreigd zijn bestaat er dus nog geen regelgeving. Dat is vooral lastig voor alle opvangcentra die worden overspoeld met de meest vreemdsoortige dieren.[5] De regelgeving voor bedreigde diersoorten zegt echter weer niets over het welzijn van de dieren.

Volgens de onderzoekers van het rapport Dieren geDownload is de wetgeving die op de verhandeling van dieren via internet betrekking heeft complex, en daarmee niet erg overzichtelijk. Ook volgens het rapport van de IFAW is de handel op deze websites verre van transparant, vaak is niet na te gaan of dieren en/of dierproducten legaal of illegaal worden aangeboden. De internationale en landelijke wetgeving zou volgens het IFAW aangepast moeten worden aan nieuwe technologieën en media zoals het internet. Bijzondere regelgeving om misbruik via het internet op internationaal niveau te bestrijden is volgens het IFAW nog niet ontwikkeld. De Council of Europe Convention of Cybercrime, die in juli 2004 van kracht werd vormt een eerste aanzet, maar deze wetgeving zou ook meer mogelijkheden moeten bieden om illegale handel in wilde dieren te bestrijden, bijvoorbeeld om illegale internethandelaren op te sporen.

Vermenging van legale en illegale handel

In juli 2006 werden door Kamerleden van GroenLinks en SP meerdere Kamervragen gesteld over de handel in beschermde diersoorten. In een krantenartikel werd namelijk gesteld dat de Nederlandse wet talloze kansen voor kwaadwillenden biedt en dat de controle op handel in gesmokkelde dieren ontbreekt. De echte problemen zouden volgens het artikel liggen in de vermenging van de legale en illegale handel. De minister geeft aan dat hij op de hoogte is van het feit dat arme exporterende landen gemakkelijk papieren verschaffen waaruit blijkt dat dieren gekweekt zijn, terwijl ze in werkelijkheid in het wild gevangen zijn. Ook zijn er landen die rommelen met hun CITES-exportquotum, zodat dieren die bijvoorbeeld in Kongo gevangen zijn via Zuid-Afrika legaal worden uitgevoerd als exportquotum van Zuid-Afrika naar Nederland.

Op dit zogenaamde “omkatten” wordt gecontroleerd door de Dienst Regelingen (DR). De procedure is als volgt. Voordat de DR een importvergunning afgeeft, stellen zij eerst vast of de exportdocumenten legaal zijn verstrekt. Is er twijfel, dan wordt contact opgenomen met het land van uitvoer en worden bijvoorbeeld de gegevens van kweekcentra nagevraagd. Deze informatie wordt binnen de EU gedeeld met de betrokken bevoegde autoriteiten. Als daar aanleiding toe is, worden door de Europese Commissie (EC) of het CITES-secretariaat in Genève vervolgstappen ondernomen. De EC kan onder andere een (tijdelijk) importverbod instellen en het CITES-secretariaat kan bijvoorbeeld een officiële notificatie doen uitgaan, een visitatie uitvoeren, of in het uiterste geval een (tijdelijk) wereldwijd verbod op import uit het betrokken land afkondigen. Landen kunnen vrijwillig een exportquotum instellen om de eigen uitvoer te beperken en te monitoren. Wanneer er gerede twijfel bestaat over de naleving van exportquota neemt DR voordat er een importvergunning wordt afgegeven contact op met het CITES-secretariaat, dat vervolgens maatregelen kan nemen. De betrokken lading kan dan niet worden ingevoerd. Wanneer wordt geconstateerd dat beschermde dier- en plantensoorten Nederland worden binnengebracht zonder dat daarvoor een invoervergunning aanwezig is, worden de betrokken dieren en planten altijd in beslag genomen. Volgens de minister wordt niet bijgehouden hoeveel rechtszaken uit de inbeslagnames volgen. Het tegengaan van de illegale handel in exotische dieren heeft hoge prioriteit bij de AID. Hiervoor heeft de inspectiedienst ruim 12.000 uur beschikbaar, wat een substantieel deel vormt van de controlecapaciteit die ingezet wordt op de controle van de Ffw. Verder wordt ook door de douane en politie handhavingscapaciteit ingezet. De opvangcapaciteit speelt geen rol bij inbeslagname. Er is voldoende opslagcapaciteit ongeacht de aantallen. Door het OM wordt geen grens gesteld aan het aantal zaken dat betrekking heeft op gevallen van illegale handel in beschermde diersoorten, noch aan het aantal dieren dat daarbij in beslag wordt genomen. Wordt een proces-verbaal opgenomen, dan wordt dit in behandeling genomen door het Functioneel Parket. Volgens de minister bestaan er geen informele quota op het aantal rechtszaken dat gevoerd wordt tegen CITES-overtreders.

Particulieren en professionals

In een brief aan de Kamer (5 december 2006) doet de minister verslag van de vorderingen die de AID heeft gemaakt bij het vaststellen van de aard en de omvang van de illegale handel.

Gebleken is dat de handel in exotische dieren vrijwel per definitie internationaal van karakter is en dat veelvuldig gebruik wordt gemaakt van het internet. Volgens de minister is deze handel grotendeels legaal. Bij de illegale handel wordt door de AID onderscheid gemaakt tussen particulieren en handelaren. Particulieren maken veelal gebruik van algemene veilingsites zoals Marktplaats, Speurders en e-Bay. De eerste bevindingen van de AID bevestigen in deze zin de uitkomsten van het rapport ‘Gevangen in het net’ van het IFAW. De Groendesk van de AID bekijkt periodiek Nederlandse veilingsites en ontvangt regelmatig tips over mogelijk illegale handel op internet. De particuliere illegale handel wordt meestal tegengegaan door contact te zoeken met de webmasters en deze te bewegen de gewraakte advertenties te verwijderen. Dit heet de “notice and take down-procedure”. Volgens de minister is deze aanpak redelijk succesvol. Daarnaast wordt aan de providers gevraagd om in hun reglement aandacht te geven aan het bestaan van deze illegale activiteiten met als doel voorlichting te geven aan particulieren.

Professionele handelaren gebruiken voornamelijk afgeschermde websites, waardoor zij moeilijker op te sporen zijn. Volgens de minister heeft het aanpakken van professionele handelaren hoge prioriteit. Hiermee is het Dienstonderdeel Opsporing van de AID belast. Dit dienstonderdeel onderhoudt contacten met politie en andere bijzondere opsporingsdiensten. Uit de brief van de minister blijkt verder dat internethandel ook de aandacht heeft van de Dienst Nationale Recherche Informatie van het Korps Landelijke Politiediensten en van de CITES Enforcement Working Group. Laatstgenoemde vergadert tweemaal per jaar in Brussel en hieraan doen handhavers uit de 25 lidstaten mee. Bij ernstige criminele feiten kunnen webmasters benaderd worden via het Landelijk Interceptie Centrum van de politie. Bij het verkrijgen van meer inzicht in de aard en omvang gebruikt de AID ook de informatie die wordt aangeleverd door belangenorganisaties als het IFAW.

Verder is volgens de minister op Europees niveau het initiatief genomen om een database aan te leggen waarin wordt vastgelegd welke dieren waar worden gefokt. Het is volgens hem moeilijk om uitspraken te doen over de omvang van de illegale handel. Ook is het lastig te zeggen in hoeverre deze handel zich vermengt met de legale handel, omdat de illegale handel zich in kleine gespecialiseerde en vaak gesloten deelmarkten afspeelt en een sterk internationaal karakter heeft. Bij zijn brief heeft de minister een overzicht gegeven van het aantal inbeslaggenomen dieren en planten in de periode 1997-2006. Uit het overzicht blijkt dat het aantal inbeslaggenomen dieren door de jaren heen sterk fluctueert. Dat kan volgens de minister komen doordat er in één jaar een groot aantal dieren tegelijk in beslag wordt genomen. Een verbeterde naleving of het verleggen van handelsstromen is ook mogelijk. Op Europees niveau heeft zijn departement het initiatief genomen intensiever samen te werken met de nieuw toegetreden lidstaten omdat deze landen als doorvoerland gebruikt kunnen worden voor illegale handel. De internationale samenwerking, zowel bilateraal als multilateraal, is derhalve breder dan uitsluitend het tegengaan van “omkatten”, aldus de minister.

Postbus 51

Ook tijdens het Algemeen Overleg van 26 oktober 2006 met de vaste Kamercommissie voor LNV is gesproken over de internethandel in dieren. De minister heeft toen beloofd na te gaan of de Postbus 51 campagne ingezet kan worden in de strijd tegen de illegale handel in dieren via internet. De minister acht een campagne via Postbus 51 niet zinvol. Voor zo’n campagne worden namelijk bepaalde selectiecriteria gehanteerd en een actie tegen illegale handel in dieren via internet past daar niet goed in. Bovendien is de aanmeldingsdatum voor 2007 al enige tijd verstreken. De minister wil op de resultaten van het onderzoek door de AID wachten, om te kunnen bepalen wat de meest effectieve strategie is om deze problematiek aan te pakken. Hij wijst er op, dat het onderwerp zeker ook aandacht zal krijgen tijdens de 14e bijeenkomst van Partijen bij het CITES-verdrag, die in juni 2007 in Den Haag wordt gehouden; daarover zijn resoluties in voorbereiding.

Nederland is van 3 tot en met 15 juni gastland voor de CITES-conferentie. Tijdens deze bijeenkomsten worden internationaal afspraken gemaakt over de soortbescherming van en de handel in dieren en planten. De besluiten die genomen worden tijdens de CITES-conferentie worden via onder meer de basisverordening EG nr. 2338/1997 in de EU en in Nederland via de Ffw ingevoerd.

Integriteitsproblemen vs. specialisme

Binnen de AID vindt sinds enige tijd taakroulatie plaats. In het verleden hebben zich namelijk problemen voorgedaan door te verregaande betrokkenheid met het werkveld, waardoor twijfel aan de integriteit van de inspecteurs bestond. De taakroulatie kan echter weer nadelig uitpakken voor de controle, omdat de betreffende AID-inspecteur zich gespecialiseerd heeft in bepaalde dier- of plantensoorten en zo kennis verloren gaat. Binnen de Vakgroep Natuur, de vakgroep die zich onder andere bezighoudt met het toezicht op de naleving van de CITES-regelgeving, werken ongeveer 30 controleurs, waarvan er drie controle-vakspecialist zijn. De controleurs zijn volgens de minister in beginsel inzetbaar binnen het gehele werkveld. Naar aanleiding van deze integriteitsproblemen heeft de minister cijfers overlegd (brief van 10 februari 2005) van het aantal feiten dat door het OM vanaf 1 januari 2003 tot en met januari 2005 is behandeld vanwege het overtreden van artikel 13, eerste lid, van de Flora- en faunawet (illegaal bezit, vervoer en handel in beschermde in- en uitheemse dier- en plantensoorten). Dit waren er totaal 1.314. De door het OM aangeboden transactiebedragen varieerden tussen € 22,– en € 10.000,–. Van de veroordelingen door de rechter maakten de geldboetes veruit het grootste deel uit. Deze varieerden tussen € 100,– en  € 15.000,– waarvan soms een deel voorwaardelijk is opgelegd. Vanwege het kleine aantal gevallen waarin een (on)voorwaardelijke gevangenisstraf is opgelegd, bieden gegevens daarover volgens de minister een verre van representatief beeld. Om aan te geven dat voor de illegale handel in bedreigde uitheemse dier- en plantsoorten soms fors gestraft wordt, geldt het voorbeeld van een zaak waarin de dader is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 360 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk.

Recent

Na een lange strijd tussen belanghebbenden is door de RDA onlangs eindelijk een positieflijst opgesteld, waarin is opgenomen welke diersoorten in Nederland gehouden mogen worden. Hiermee wordt zoals eerder besproken invulling gegeven aan artikel 33 van de Gwwd. Deze lijst geldt formeel als een advies aan de minister van LNV, maar verwacht wordt dat de lijst nagenoeg of geheel ongewijzigd in de wet zal worden opgenomen.[6] Deze lijst staat los van de al geldende regelgeving zoals de Ffw en CITES en omvat vele honderden soorten vogels, kleine zoogdieren en koudbloedige dieren. Een aantal diersoorten die nu nog gehouden mogen worden zijn niet in de lijst opgenomen zoals de civetkat, de mara (een groot knaagdier) en de wasbeer. De overweging om de wasbeer niet op te nemen in de lijst is echter vooral gebaseerd op de volksgezondheid. Dit dier draagt een voor mensen levensgevaarlijke spoelworm bij zich. Het eerste criterium waarnaar werd gekeken was de ‘houdbaarheid’ van het dier; is een diersoort in gevangenschap te houden en zo ja waaruit blijkt dat. Verder keek men naar het probleem van de opvang wanneer de eigenaar als verzorger zou wegvallen (grote roofdieren zoals leeuwen en beren vielen hierdoor al snel af). De positieflijst is nu af, maar moet nog worden omgezet in een algemene maatregel van bestuur. Eerst moeten nog juridische oplossingen gezocht worden voor vragen als hoe de wetgever om moet gaan met de straks verboden dieren die door liefhebbers gehouden worden. Andere ontwikkelingen vormen de oprichting van het Landelijk Informatie Centrum Gezelschapsdieren, dat eerlijke voorlichting over huisdieren aan (toekomstige) huisdierenbezitters en aan de huisdierenhandel moet gaan geven en het plan om bij elk verkocht dier een bijsluiter met informatie over de verzorging mee te geven.

De meest recente ontwikkeling die hier genoemd kan worden zijn de aangekondigde nieuwe strikte regels voor de import van levende vogels van de EU. De import van wildgevangen vogels wordt verboden. Dit verbod treedt in juli 2007 in werking en zal dan het huidige tijdelijke importverbod vervangen. Volgens de nieuwe regels mogen enkel vogels worden ingevoerd uit landen die ook levend gevogelte naar de EU mogen uitvoeren en dus strenge normen op het vlak van dierenwelzijn hanteren. Volgens Eurocommissaris voor Gezondheid Markos Kyprianou zijn deze regels cruciaal voor een hoog niveau van dierenbescherming in de EU. “De verwoestingen die het vogelgriepvirus H5N1 heeft aangericht, hebben ons duidelijk gemaakt dat we op dit vlak geen risico's mogen nemen." [7]

 

Commentaar

Uit dit korte onderzoek naar de aard en omvang van de illegale dierenhandel blijkt ten eerste dat deze handel zeer lucratief is. Gebleken is verder dat de groep dierenhandelaren op te splitsen is in particulieren en professionals. Door de komst van het internet is het voor professionele handelaren nog eenvoudiger geworden om hun producten redelijk veilig (geringe pakkans) aan te bieden en te verkopen. Het opsporen van deze misdrijven is daardoor waarschijnlijk juist moeilijker geworden. Ook particulieren gebruiken het internet massaal om dieren te verhandelen. Voor deze laatste groep is het meestal moeilijk te bepalen of een aankoop legaal of illegaal zal zijn. Zij zullen er ook vaak niet bij stil staan. Als artikel 33 Gwwd via de positieflijst eindelijk in werking treedt moet dit in beginsel veel eenvoudiger worden: alleen diersoorten die opgenomen zijn in de lijst mogen in Nederland gehouden worden. Het Landelijk Informatie Centrum Gezelschapsdieren kan deze lijst bekend maken bij het publiek en helpen bij onduidelijkheden. De lijst bestaat immers nog steeds uit vele honderden soorten. Deze informatie moet de potentiële koper echter wel bereiken en ook op tijd: het gaat toch vaak om impulsaankopen en zeker bij aankopen via het internet. Een bijsluiter is bij een internetaankoop ook geen oplossing. Het aanpakken van professionals is een stuk lastiger. Het is de vraag wat goed werkt. Omdat de criminele handelingen zich over meerdere landen uitstrekken is een goede samenwerking tussen opsporingsdiensten van verschillende landen belangrijk. Een database waarin wordt vastgelegd welke dieren waar worden gefokt zal zeker helpen bij het opsporen van deze handel. Omdat de handel in dieren tegenwoordig vooral plaatsvindt via het internet ben ik samen met het IFAW van mening dat het goed zou zijn als de wetgeving meer mogelijkheden zou bieden om deze handel op te sporen.


[1] ‘Vice-voorzitter branche-organisatie laakt illegale dierenhandel; We kunnen concurrentie met “kofferbakhandel” niet aan’, NRC Handelsblad, 18 maart 1992,  p.  2.
[2] ‘CRI-rapport inventariseert illegale dierenhandel’, NRC Handelsblad, 29 februari 1992, p. 3.
[3] Rode Lijsten zijn lijsten waarop per land de in hun voortbestaan bedreigde dier- en plantensoorten staan.
[4] ‘Raad voor Dierenaangelegenheden klaar met positieflijst diersoorten. Compromis tussen handel, liefhebbers en dierenbeschermers’, Dibevo Vakblad Dier Tuin januari 2007, p. 20-23.
[5] ‘Gedumpt in de vrije natuur; liefde voor uitheemse dieren zit niet diep’, Algemeen Dagblad, 7 juli 2001, p. 49.
[6] ‘Raad voor dierenaangelegenheden klaar met positieflijst diersoorten. Compromis tussen handel, liefhebbers en dierenbeschermers’, Dibevo vakblad Dier Tuin januari 2007, p. 20.
[7] The EFSA Journal (2006) 410, 1-55, Scientific Opinion on “Animal health and welfare risks associated with the import of wild birds other than poultry into the European Union”.

 


Wilt u inhoudelijk reageren of een aanvulling doen? Mail de redactie!