12.06.2008

Illegale hondenhandel als nevenactiviteit van veehouderij

Categorie: Annotaties, Nummer 19, Excessen , Productiedieren, Nederland, Jurisprudentie
Door: Noor Evertsen

Een vader en zijn dochter worden veroordeeld voor een groot aantal overtredingen van milieu- en dierenwelzijnsregels. Terwijl ze runderen en paarden verwaarloosden, slaagden ze er ook nog in een illegale hondenhandel te runnen.

Rechtbank 's-Hertogenbosch 29 mei 2008, parketnummers 01/875053-05 en 01/995642-07 (LJN-nr. BD2683, de vader), 01/875054-05 en 01/995641-07 (LJN-nr. BD2699, de dochter),  01/875188-05 en 01/995643-07 (LJN-nr. BD2716, eerste zoon), 01/875182-05 (LJN-nr. BD2734, tweede zoon)

Indruk van een inrichting

De familie M. heeft een boerenbedrijf, verspreid over verschillende percelen in en bij Deurne. Behalve de vader en zijn dochter zijn ook twee zoons op het bedrijf werkzaam.[1] De vader heeft zich onder andere schuldig gemaakt aan overtreding van milieu- en destructiewetgeving en daarnaast, net als zijn dochter, dieren verwaarloosd. Vader en dochter dreven gezamenlijk een handel in honden. De beide uitspraken hangen dan ook nauw samen. Uit hetgeen aan de vader is tenlastegelegd blijkt, in wat voor omstandigheden de betrokken dieren leefden. 

Bij diverse milieucontroles in de periode van november 2002 tot en met maart 2005 werd geconstateerd dat verdachte handelde in strijd met meerdere voorschriften, verbonden aan vergunningen krachtens de Wet milieubeheer. Op het ene perceel waren bijvoorbeeld autowrakken opgeslagen, sloopmateriaal en afvalstoffen - waaronder metalen staven, kunststof, staalkabel en buizen - werden niet op ordelijke wijze bewaard, er lagen met olie besmeurde voorwerpen en een bovengrondse tank met diesel was niet geplaatst in een vloeistofdichte bak, terwijl zich binnen vijf meter van die tank brandgevaarlijke stoffen bevonden waaronder banden, een pallet en houten platen. 

Een grote hoeveelheid kadavers was niet verwijderd, ze lagen (soms reeds in verregaande staat van ontbinding) in de nabijheid van de opstallen op of onder de grond; op perceel twee perceel waren kadavers begraven[2] en op het derde perceel dierlijk afval (kadavers en botten). Een andere manier om dat te zeggen is dat verdachte “een of meer do(o)d(e) rund(eren), paard(en) en/of varken(s), zijnde destructiemateriaal, heeft onttrokken aan verwerking”.

De opslag van mest en kuilvoer was niet in orde, waardoor geuroverlast kon ontstaan. Door het in de bodem brengen van afvalstoffen zoals mest, olie, asbest, asbesthoudende materialen en (delen van) kadavers heeft verdachte de Wet bodembescherming overtreden.

Voor een inrichting om honden te houden en te fokken tenslotte hadden verdachten geen vergunning.

Kadavers begraven, levende dieren verwaarloosd

Op zijn percelen hield verdachte dieren: paarden, runderen en honden. Aan deze dieren heeft hij ‘de nodige verzorging onthouden’. Meerdere paarden stonden in een wei zonder of met onvoldoende voer, water en schuilmogelijkheid. Eigenlijk was de wei volgens de verbalisanten niet geschikt voor het houden van paarden. De dieren leden aan schurft, hadden luis, hun hoeven waren niet tijdig bekapt en aan de hand van mestmonsters stelde een dierenarts vast dat de paarden zeer ernstig waren besmet met wormeieren. Op één perceel stonden meerdere paarden met wonden, veroorzaakt door lange stukken oud prikkeldraad die op het terrein rondslingerden.

De runderen, die mager en kreupel waren, leden aan schurft, luis en ontstekingen. Ook had verdachte bij een of meer van die dieren zelf een keizersnede uitgevoerd en daarbij onvoldoende (na)zorg geboden. De runderen waren overigens niet overeenkomstig de Regeling identificatie en registratie van dieren geïdentificeerd en geregistreerd.

De verwaarlozing van de paarden is ook aan de dochter ten laste gelegd; zij maakte zich in 2006 bovendien schuldig aan verwaarlozing van twee paarden en ruim twintig honden. Beide paarden waren (ernstig) kreupel, één paard leed aan regeneczeem, een oude wond en een schimmelplek.

Hondenhandel

Aan de dochter is ten laste gelegd dat zij bedrijfsmatig honden heeft verkocht, ten verkoop in voorraad heeft gehad en/of heeft gefokt ten behoeve van de verkoop en/of aflevering van de nakomelingen, terwijl die activiteiten niet werden verricht in een bij de Minister van LNV als zodanig aangemelde bedrijfsinrichting (artikel 2 lid 1 Honden- en kattenbesluit 1999). Zij deed dit samen met haar vader. Verdachten maakten gebruik van valse of vervalste hondenpaspoorten, die moesten dienen als bewijsstuk voor gezondheid, enting en/of afstamming (ras) bij het afleveren van honden. Potentiële kopers kregen ook te horen dat de uitverkoren hond in huiselijke kring was opgegroeid en aan kinderen en andere dieren gewend was. Soms werd klanten voorgespiegeld dat de door hen te kopen hond(en) drachtig was of waren en weldra zou(den) werpen. 

Het gaat hier om respectievelijk valsheid in geschrifte (artikel 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht) en oplichting (artikel 326 Wetboek van Strafrecht, dat heel poëtisch spreekt van “een samenweefsel van verdichtsels”).

Ook de honden werden verwaarloosd: ze beschikten niet over voldoende vers drinkwater en/of juiste voeding en verbleven in met uitwerpselen verontreinigde, natte en onhygiënische ruimten. Meerdere honden leden aan oormijt en op het bedrijf heerste een besmetting met Parvo waartegen onvoldoende werd ondernomen.

Het oordeel van de rechtbank

Verwaarlozing paarden en runderen
Uit het procesdossier blijkt dat de dieren regelmatig werden bezocht en beoordeeld door verschillende dierenartsen en ook zijn er diverse controles gehouden door de AID in het bijzijn van dierenartsen, waarbij meermalen gebleken is dat aan de dieren de nodige verzorging was onthouden. De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de waarnemingen en bevindingen van deze dierenartsen.

Enkele runderen zijn geëuthanaseerd of ter slachting afgevoerd. 10 runderen vertoonden wonden van niet professioneel uitgevoerde keizersneden. In dit verband wijst de rechtbank nog op de verklaringen van twee dierenartsen bij de rechter-commissaris, waaruit blijkt dat zij al meerdere jaren geen keizersneden bij verdachte hebben uitgevoerd en op de verklaring van een zoon van verdachte, afgelegd bij de politie, waarin hij heeft aangegeven dat zijn vader en zijn broer al een paar jaar bezig zijn met het zelf uitvoeren van keizersneden bij de koeien en dat aantal op 25 tot 30 schat. Bij de doorzoeking op het bedrijf van verdachte op 22 februari 2005 zijn diverse spullen (sic) aangetroffen, die gebruikt worden voor het uitvoeren van keizersneden, zoals hechtdraad, naalden, injectiespuiten, snijgereedschap en het verdovingsmiddel Lidocaine.

Verwaarlozing honden
De hygiëne op het bedrijf liet zeer te wensen over. Blijkens de verklaringen van de beheerster van het dierenasiel waar een deel van de honden werd opgevangen, is een aantal pups overleden als gevolg van Parvo-besmetting. Uit diverse aangiften van kopers bleek dat hun hond als gevolg van een Parvo infectie is overleden.

Een van de dierenartsen heeft verklaard dat hij wist dat er Parvo op het bedrijf heerste en dat dat ook door Intervet, leverancier van het vaccin tegen Parvo, werd vastgesteld. Hij heeft verklaard, dat hij aan verdachte en zijn mededader adviseerde om een tijdje geen honden te houden om zo verdere besmetting te voorkomen, maar zij vonden dit geen optie. Uit deze verklaring blijkt ook dat de honden in hokken lagen met stro of krullen terwijl dat het schoonhouden en Parvo-vrij houden van de hokken bemoeilijkt.

Op 20 februari 2006 werden 20 honden inbeslaggenomen. Ze verbleven in hokken en rennen waarvan de vloeren nat waren van urine en uitwerpselen. In een van de hokken hadden de honden geen drinkwater. In een tweetal hokken, waarin honden en pups zaten, stond een voerbak enkel gevuld met kaassnippers, terwijl ander voer niet aanwezig was.

Een dierenarts, die de situatie op 20 februari 2006 heeft bekeken, oordeelde dat de vloeren waarop de honden liepen bevuild waren met uitwerpselen, te nat en onhygiënisch waren, waardoor aan de honden de nodige huisvestingszorg werd onthouden en de gezondheid van de honden werd benadeeld. Voorts constateerde hij dat niet in alle dierenverblijven drinkwater was, terwijl er altijd water aanwezig moet zijn, en dat de honden veelal kaas als voeding kregen. Hij oordeelde ten aanzien van de voeding, kaas met soms een beetje brok erbij, dat aan de honden de nodige verzorging werd onthouden en de gezondheid werd benadeeld.

Hondenhandel
De rechtbank is van oordeel dat de hondenhandel een gezamenlijke activiteit was van vader en dochter. Er is sprake van een hoge mate van gezamenlijk, want onderling afgestemd, handelen. Verdachte is bovendien (mede)eigenaar en -exploitant van het boerenbedrijf waar de honden werden gefokt en verhandeld, en wist dus precies wat er gebeurde.

De valsheid van de hondenpaspoorten blijkt uit een 27-tal aangiften, meldingen en klachten van de kopers van een hond, waarbij sprake was van een kleurenkopie van het paspoort met daarin onjuiste gegevens of waaruit nummers waren verwijderd, van paspoorten voorzien van een stempel en ondertekend door een dierenarts uit België die heeft verklaard dat hij de stempels noch de handtekeningen in de paspoorten heeft gezet en dat hij de familie M. bovendien niet kent.

Uit de aangiften blijkt dat kopers verdachten snel na de aankoop confronteerden met de gezondheidsproblemen van de honden. Verdachten hebben nagelaten bij de dierenarts die het paspoort zou hebben verstrekt te informeren hoe het dierenpaspoort tot stand was gekomen en welke behandeling of inentingen waren uitgevoerd. Zij zijn ook daarna doorgegaan met het verstrekken van soortgelijke paspoorten aan latere kopers van honden. Verdachten hielden zich professioneel bezig met de fok en handel in honden en hadden daarom een meer dan gemiddelde kennis van zaken op het punt van dierenpaspoorten. Door desondanks elke controle op de juistheid van de paspoorten na te laten hebben zij welbewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat deze paspoorten vals of vervalst waren.

De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat verdachten in vereniging meermalen opzettelijk gebruik hebben gemaakt van een vals of vervalst geschrift. Ook in advertenties op internet, waarin de hondjes te koop werden aangeboden, werd door verdachten een onjuiste voorstelling van zaken gegeven.

Niet hobby- maar bedrijfsmatig
De visie van de dochter, dat zij de honden hobbymatig hield, deelt de rechtbank niet. Bij diverse controles op de bedrijven te Deurne werden grote aantallen honden en pups van verschillende rassen aangetroffen, die in speciaal daarvoor bestemde hokken in de stallen gehuisvest waren. Via advertenties op marktplaats.nl werden de honden te koop aangeboden en uit de aangiften van hondenkopers blijkt dat verdachte gedurende een langere periode op grote schaal honden heeft verkocht. Gelet op de omvang van de dierstapel, de aantallen gefokte en/of verkochte honden, de diversiteit in hondenrassen, de huisvesting van de honden en het gegeven dat verdachte al een aantal jaren bezig was met het houden, fokken en verkopen van de honden, zijn naar het oordeel van de rechtbank de activiteiten van verdachte te beschouwen als bedrijfsmatig. Nu verdachte deze activiteiten niet heeft verricht in een bij de Minister van LNV als zodanig aangemelde bedrijfsinrichting heeft zij gehandeld in strijd met artikel 2 eerste lid van het Honden- en kattenbesluit 1999.

Straffen
De vader krijgt een gevangenisstraf voor de duur van 360 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 197 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast legt de rechtbank hem een geldboete op van € 10.000 subsidiair 80 dagen hechtenis, de helft voorwaardelijk en met een proeftijd van 2 jaren.

De dochter krijgt gevangenisstraf voor de duur van 240 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 161 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en eenzelfde geldboete. Voor het feit dat zij bedrijfsmatig in honden handelde zonder vergunning, en gelet op de inkomsten die zij daaruit had, krijgt zij bovendien nog een afzonderlijke geldboete van € 1500 subsidiair 30 dagen hechtenis.

Bij de hoogte van de straf heeft ook meegespeeld dat beide verdachten al eerder waren veroordeeld – de vader voor soortgelijke feiten, de dochter terzake van een geweldsdelict.[3]

De vele inbeslaggenomen dieren (300 runderen, 35 paarden en 20 honden) worden in de zaak tegen de vader verbeurd verklaard. Omdat de betreffende dieren, met name de runderen, een  aanzienlijke waarde vertegenwoordigen bepaalt de rechtbank dat de opbrengst van de verkochte veestapel (paarden en runderen) als geldelijke tegemoetkoming aan verdachte moet worden betaald.

Een commentaar vol onbegrip

Het ‘citaat van de maand’ in ROAR nr. 19 is afkomstig uit deze rechtszaak en het is tekenend voor de reactie van de verdachten (of hun raadslieden) op de situatie: iedereen kan zien en ruiken dat mest mest is, maar bij hun op het terrein lag echt geen mest! In de loop van enkele jaren is het dossier van de familie M. uitgegroeid tot ruim 2000 pagina’s, maar de raadsman van de dochter heeft ten aanzien van alle aan haar tenlastegelegde feiten geconcludeerd tot vrijspraak. En wat moeten we denken van dierenartsen die menen te weten dat hun cliënten zelf keizersneden uitvoeren en die dat blijkbaar gewoon laten gebeuren?

Ook de vergunningverleners spelen mijns inziens een twijfelachtige rol. In augustus 2006 beschikte verdachte ineens wel over de vereiste vergunning op grond van het Honden- en kattenbesluit, zo blijkt uit de uitspraak, en volgens het blad HandHaving wist de raadsman op een zitting in oktober 2007 te melden dat er bij de gemeente Deurne een aanvraag liep voor een milieuvergunning voor 1200 mestvarkens. “Die vergunning wordt waarschijnlijk verleend”, aldus de raadsman. Hoe kon de inrichting van de hondenverblijven een half jaar na de laatste controle, mede gelet op de ik-heb-niks-fout-gedaan opstelling van de dochter, plotseling wel aan de eisen van het besluit voldoen, en welke gemeente deelt milieuvergunningen uit aan veehouders die in familieverband gedurende een lange periode een zeer groot aantal strafbare feiten hebben gepleegd, onder andere met het milieu als slachtoffer?

De opmerking van de rechtbank, “verdachten hielden zich professioneel bezig met de fok en handel in honden en hadden daarom een meer dan gemiddelde kennis van zaken op het punt van dierenpaspoorten”, lijkt voor enige nuancering vatbaar – bedrijfsmatig is niet per definitie hetzelfde als professioneel.

Overigens geven deze uitspraken een ‘goede’ beschrijving van een geval van malafide hondenhandel: fokkers zonder vergunning verkopen met behulp van vervalste documenten en misleidende (internet)advertenties pups van verschillende rassen, die (evenals hun moeders) op het bedrijf al slecht verzorgd werden en die spoedig na aankoop ziek blijken of doodgaan.[4] De Landelijke Inspectiedienst (LID) van de Dierenbescherming, die zoals bekend tegen deze vorm van dierenhandel strijdt, was ook betrokken bij een doorzoeking van het bedrijf in februari 2005. De nieuwsberichten op hun website voegen nog enkele trieste details aan het verhaal toe.

Een laatste vraag die mij bezighoudt: uit de opsomming van concrete handelingen en nalatigheden in deze zaken blijkt dat ‘de nodige verzorging’ een nogal rekbaar begrip is. Verwaarlozing (artikel 37 Gwwd) en mishandeling (artikel 36 Gwwd) gaan, zo concludeerde ik in Jurisprudentie wetgeving dierenwelzijn, in de Nederlandse rechtspraak in elkaar over. Maar wanneer overschrijdt iemand de vage grens? Wie etterende wonden bij paarden niet verzorgt of laat verzorgen onthoudt ze natuurlijk inderdaad de nodige (veterinaire) zorg, maar heeft een veehouder die  lange stukken oud prikkeldraad laat slingeren op het terrein waar hij paarden houdt niet welbewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij bij een dier pijn of letsel zal veroorzaken?

Wat het ‘aandeel’ van de verwaarlozing in de straftoemeting is, valt op grond van het vonnis zoals gepubliceerd overigens niet na te gaan. Maar vergeleken bij de mogelijke gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren alleen al daarvoor, klinken respectievelijk minder dan 163 dagen en minder dan 79 dagen bij zoveel strafbare feiten toch als een milde straf....

 


[1] Achtergrondinformatie over het bedrijf verschaft een aflevering uit de rubriek ‘Voor de rechter’ uit het blad HandHaving, 2007 nr. 6, p. 36-37. De twee zoons zijn ook vervolgd, de ene voor ongeveer dezelfde feiten als zijn vader en de andere voor een overtreding van de Destructiewet: hij heeft eenmaal samen met zijn vader een dood kalf in de hondenren gegooid als voeding voor de honden “en dit kadaver aldus onttrokken aan verwerking”. Hij kreeg een gevangenisstraf van 14 dagen.

 

[2] De rechtbank acht dit feit niet bewezen, immers “de kadavers werden aangetroffen in de akkers aan de achterzijde van de inrichting, die geen deel uitmaakten van de inrichting, waarvoor een vergunning was afgegeven”.

 

[3] De dochter is in deze zaak ook veroordeeld voor wederspannigheid (art. 180 Sr); zij heeft enkele agenten tegen de benen geschopt.

 

[4] In Crimelink nummer 2 (juni 2008) zal een interview worden gepubliceerd met Flora van den Heuvel, die voor haar afstudeerscriptie aan de Universiteit Gent onderzoek heeft gedaan naar de illegale en/of malafide hondenhandel, onder de titel “25 kilogram pups graag”. Bijna alle kenmerken die zij beschrijft komen in de onderhavige zaak terug.

 


59 keer bekeken

Wilt u inhoudelijk reageren of een aanvulling doen? Mail de redactie!